Wat begrijpen kinderen van de dood?

Baby’s
Baby’s begrijpen nog niet wat er gebeurt.  Maar zij voelen wel heel goed de emoties van ouders of de vaste verzorgers aan, door een verandering in de stem, de ademhaling of door gespannen spieren. Wanneer baby’s hierop reageren is dat te merken aan gebalde vuistjes, slechter  slapen of eten.
Een baby heeft zijn ouders of een vaste verzorger nodig. Het helpt een baby als  er een vast dagritme kan blijven. Zij hebben vooral behoefte aan liefde en lichamelijk contact.

Peuter
Voor een peuter is leven hetzelfde als bewegen, spelen, actie, geluiden ervaren. Ze kunnen het blijvende karakter van de dood nog niet begrijpen doordat zij nog geen tijdsbesef hebben. Peuters denken heel concreet. Als je dood bent dan ben je kapot, dan doe je het niet meer. Wanneer een peuter bang of onzeker is kan dat leiden tot een tijdelijke  terugval in zijn ontwikkeling. Peuters kunnen al deze gevoelens nog niet goed aan en kiezen dan voor prettigere gevoelens, die krijgen ze door te spelen en plezier te maken.

Kleuter
Een kleuter is vaak nog niet in staat om het definitieve en onomkeerbare van de dood te begrijpen; voor hen is de dood tijdelijk en omkeerbaar. Kleuters nemen alles wat je zegt letterlijk. Zij hebben er behoefte aan om veel vragen te stellen. Om de wereld vol verdriet voor een kleuter hanteerbaar te maken is een dagelijks ritme van groot belang. Dit geeft de kleuter houvast.

Kinderen van 6-7 jaar
​Kinderen van zes, zeven jaar krijgen langzaam het begrip dat de dood voor altijd is, maar zij kunnen zich niet helemaal voorstellen dat zijzelf ook dood kunnen gaan.
Voor kinderen van deze leeftijd is het soms moeilijk om de juiste woorden te vinden. Praten over de dood is dan ook niet altijd even makkelijk. Kinderen kunnen zich onveilig gaan voelen als zij bedenken dat zij zelf ook dood kunnen gaan. Zij zijn dan bang gescheiden te worden van hun ouders. Soms zien zij  de dood als bijvoorbeeld een ziekte, die ook weer over kan gaan. Het helpt kinderen als zij concreet uitgelegd krijgen wat dood zijn betekent. Leg dan uit dat een dood lichaam niet meer kan ademen, denken, voelen, praten, eten of drinken.

Kinderen 8-9 jaar
Het besef dat de dood iedereen overkomt en ook hen kan treffen, komt in de leeftijd van acht jaar. Alles wat leeft gaat dood. Kinderen in deze leeftijd hebben vaak de neiging het leven te nemen zoals het komt en kunnen hun situatie daardoor gewoonlijk accepteren. Deze leeftijd kenmerkt zich door een levendige fantasie en veel vragen over het leven. De kinderen stellen veel waarom-vragen. Als je daarop ingaat, sluit je volledig aan op hun behoefte. Doordat kinderen op deze leeftijd zelfstandiger worden, zich bewuster zijn van hun omgeving en bang zijn om anders te zijn, is het belangrijk dat je erop let dat zij hun gevoelens blijven uiten.

Kinderen 10-12 jaar
Vanaf tien jaar zien kinderen in dat ook zij kunnen sterven. Zij begrijpen dat de dood een deel van het leven is en iedereen kan overkomen.
Vaak begrijpen kinderen dat zij zelf dood kunnen gaan, maar verwachten dat dit alleen gebeurt als ze oud zijn. De dood is altijd veraf en voor anderen. Kinderen op deze leeftijd kunnen de dood ook als een straf ervaren. Ze leggen een verband tussen slechte dingen doen en sterven. Ze hebben er behoefte aan om meer te weten over hoe het kan dat je aan een ziekte dood kan gaan.

Jongeren
Jongeren ervaren de wereld heel intens. Zij leren hoe en met wie zij hun gevoelens en gedachten kunnen delen. Zij leren van volwassenen hoe zij met emoties kunnen omgaan. Op deze leeftijd willen ze de anderen vaak beschermen en onderdrukken ze hun eigen pijn en verdriet wel eens. Zij begrijpen de dood volledig. Het begrip dood en wat dit met zich meebrengt, is vaak gekleurd door wat jongeren op de televisie zien. Het is een moeilijke ontwikkelingsfase. Ze hebben veel behoefte aan eigen ruimte en willen zich losmaken van hun ouders. Tegelijk hebben zij ook de steun en bescherming van hun ouders nodig. Tieners hebben het zeer moeilijk met afscheid, dood en rouw. Ze kunnen zich eenzaam voelen als zij het gevoel hebben dat niemand hen begrijpt.
Het helpt hen om hen ruimte te geven , maar tevens aan te geven, dat zij altijd kunnen komen praten.